Het interview staat in de ochtend gepland, maar nog voor de wekker afgaat, klinkt de pieper. Er komt een melding wateroverlast binnen. Een flinke, want er worden 40 brandweerlieden opgepiept. Tussen alle brandweermannen loopt de Katwijkse Lenneke Mol. De brandweervrouw zit al 8 jaar bij de brandweer in Katwijk. Een pittig wereldje, waarin ze zich al 8 jaar lang helemaal thuis voelt.

Met een vrolijke glimlach komt Lenneke, met haar pyjama nog onder haar brandweerpak, het gebouw uitgelopen. Geen brandend gebouw met hoge vlammen, maar een kledingwinkel waarin een flinke laag water staat. Het werk van de brandweer bestaat niet alleen uit brandjes blussen. Ze verontschuldigt zich voor haar slaperige hoofd. Als de pieper afgaat, staat ze aan en moet ze direct in actie komen. Geen tijd om rustig wakker te worden en de haren netjes in de krul te zetten. Haar pieper gaat overal mee naartoe en staat nooit uit. Ook als ze geen dienst heeft. ‘Ik vind het leuk om te zien waar mijn collega’s mee bezig zijn’, legt ze uit.

Die collega’s zijn voornamelijk mannen. Het brandweerkorps in Katwijk bestaat uit 48 brandweerlieden, waarvan 4 vrouwen. Voor de vrouwen is er geen andere behandeling. Ze doen dezelfde 2-jarige opleiding en moeten dezelfde fysieke test afleggen waarin ze net als de mannen een pop van 80 kilo verslepen, een plafond kapot stoten en door tunnels kruipen. Pittig voor een vrouw. ‘Maar voor ons vrouwen is het kruipen dan weer makkelijker’, relativeert ze snel.

Het is wel een mannenwereld, maar niet te

We staan in een smal glazen halletje van het appartementencomplex waar de wateroverlast is ontstaan. De lekkage is gedicht, beneden lopen nog een aantal mannen met dweilen, maar de eerste brandweerwagen gaat weer terug naar de kazerne. Ze houdt haar collega’s in de gaten en af en toe gaat er een duimpje omhoog. De mannen maken ‘een gebbetje’ over haar interview.

‘Het is wel een mannenwereld’, erkent haar collega Chris. ‘Maar niet te.’ Hij vindt een vrouw in het team wel fijn. Het zorgt voor een betere dynamiek in het team. ‘Anders heb je alleen maar haantjes’, lacht de brandweerman. Voor hem is Lenneke net als iedere andere collega. Dat moet ook wel, want je moet op iedere collega kunnen bouwen als het eropaan komt.

Die vertrouwensband is volgens Lenneke erg belangrijk. De vrijwilligers komen in heftige situaties terecht. Je slaapt, de pieper gaat en het volgende moment sta je in iemand zijn slaapkamer bij iemand met een hersenbloeding die komt te overlijden. Of bij iemand die uit een huis getakeld moet worden en met en traumahelikopter vertrekt. Of een verkeersongeval waarbij iemand zwaargewond raakt.

Dat doet wel wat met je

De brandweerlieden horen nooit officieel hoe het afloopt met slachtoffers. Soms ziet Lenneke een overlijdensadvertentie voorbijkomen waarin ze een adres of naam herkent. ‘Dat doet wel wat met je.’ In een dorp als Katwijk is het goed mogelijk dat slachtoffers een bekende zijn. Het kan voorkomen dat er in de brandweerwagen een adres op het scherm verschijnt wat je herkent als de woning van een familielid. In het team van Katwijk hoef je jezelf op dat soort momenten ook niet stoer voor te doen. De brandweerfamilie staat voor elkaar klaar en vangt collega’s na een incident goed op.

Lenneke: ‘We hebben in Katwijk een heel hecht team. We zijn hier ook echt een familie, maatjes’.

Er is maar één ding vrijblijvend, dat is je aanmelding

De familie wil volgend jaar uitbreiden en zoekt vier nieuwe brandweermannen- of vrouwen. Ploegchef Dirk van Belen waarschuwt dat het vrijwilligerswerk een behoorlijke investering is. Er zit een hoop tijd in. De pittige en fysiek zware opleiding kost 2 jaar en na de opleiding wordt verwacht dat je ook daadwerkelijk paraat staat. Even geen zin hebben terwijl je dienst hebt, kan niet. De pieper kan altijd afgaan. Er zijn brandweermannen die overdag op werk een klant achterlaten om naar de kazerne te snellen. Het boodschappenkarretje van Lenneke heeft verlatingsangst, omdat ook deze aan de kant wordt gezet als de pieper gaat. Net als hondje Scoob, die moet wachten tot het baasje weer thuis is. Dirk: ‘Er is maar één ding vrijblijvend, dat is je aanmelding. Je moet goed weten waar je aan begint’.

Desondanks staan er ieder jaar genoeg mensen te trappelen om aan de slag te gaan bij de brandweer in Katwijk. Je krijgt er namelijk ook wat voor terug: mooie ervaringen, adrenaline én een nieuwe familie.

 

Ben jij overdag veel beschikbaar en lijkt het jou leuk om het team van Katwijk te versterken? Wacht dan niet en maak je interesse kenbaar via dit formulier.