Het gaat niet goed met de konijnen in duin. Vroeger struikelde je als wandelaar over de konijnen, maar volgens Maarten Langbroek van Stichting Duinbehoud neemt de populatie flink af.

Tijdens tellingen door Staatsbosbeheer worden er steeds minder konijnen in duin waargenomen. ‘Ik heb er zelf ook weleens aan meegewerkt, het is af en toe schrikbarend hoe weinig konijnen je tegenkomt’, vertelt Langbroek. De duinconsulent kwam op een avond in de Luchter Zeeduinen ten noorden van Langevelderslag, meer damherten dan konijnen tegen.

Tijdens een wandeling zijn de beesten in het Katwijkse duin nog wel te spotten. Rond de Vrieze Wei, camping de Zuidduinen, camping de Noordduinen en ter hoogte van manege Jonker zitten er nog ‘een flink aantal’. Langbroek: ‘Dus wanneer je vaak op die plekken wandelt, kan de afname je zeker wel ontgaan’.

‘WANNEER ÉÉN EXEMPLAAR BESMET IS, GAAT VAAK DE HELE FAMILIE ERAAN’

De konijnen worden geveld door twee dodelijke virussen: myxomatose en Rabbit Haemorrhagic Disease. Van het laatste virus is onlangs nog een nieuwe variant ontdekt, die voor veel schade zorgt. Het sociale karakter van het konijn zorgt er voor dat het virus zich snel verspreidt. ‘Het konijn is een dier dat leeft in groepen, dus wanneer één exemplaar besmet is, gaat vaak de hele familie eraan. Herstel van populaties blijft mogelijk, maar de aantallen zullen nooit meer komen tot boven de aantallen van voordat de ziekte toesloeg.’

De beheerder van de duinen
Het uitsterven van de populatie konijnen heeft grote gevolgen voor de duinen. Volgens Langbroek zijn de beesten ‘de beheerder van de duinen’. De dieren eten grassen en kruiden van maximaal 5 cm hoog. Door begrazing blijven duinhellingen open en raken deze niet dicht begroeid met hogere grassen of struwelen. ‘Het is dan ook niet moeilijk om je voor te stellen wat er gebeurt als er door grote sterfte slechts weinig konijnen overblijven. De typische, lage en grazige duinvegetatie kan dan vergrassen, al helemaal onder de huidige stikstofdepositie, waardoor Duinriet sterk toeneemt en er soms zelfs houtige gewassen als Duindoorn kunnen opslaan. Mocht de konijnenpopulatie zich herstellen, dan is er voor hen in dat gebied geen mogelijkheid om te foerageren.’

Op de plekken in duin waar nog wel een aantal konijnen te vinden zijn, wordt door Staatsbosbeheer in september gemaaid. Hoog gras krijgt daar dus geen kans en er is genoeg voedsel voor de konijnen. Om de konijnen een handje te helpen, zijn er de afgelopen jaren Schotse hooglanders en Konik-paarden ingezet om vergrassing in duin tegen te gaan. Maar uit onderzoek blijkt dat dit slechts om een druppel op een gloeiende plaat gaat. Volgens Langbroek kunnen deze beesten niet tippen aan ‘de motor achter het beheer van de duingraslandvegetaties’.