Een groep ouders van kinderen op de Willem van Veenschool eist een excuses van de gemeente Katwijk. De ouders ontvingen een brief van de gemeente over het grote aantal coronabesmettingen op vier scholen. Die besmettingen zouden volgens de gemeente veroorzaakt worden, doordat een groot deel van de ouders zich niet aan de regels houdt. Onzin, vinden de ouders die zich naar eigen zeggen netjes aan de regels hebben gehouden.

Eind februari moesten meerdere schoolklassen op vier basisscholen in Katwijk in quarantaine vanwege coronaclusters. Volgens de directie van de scholen en de gemeente kwam dat doordat een deel van de ouders zich niet hield aan de coronamaatregelen. Ouders zouden zelfs slaapfeestjes organiseren terwijl de kinderen in quarantaine zouden moeten zitten.

Brief
De gemeente besloot daarom een brief aan alle ouders te versturen met daarin de oproep om de regels te volgen. ‘Het ligt niet aan die scholen. Scholen volgen de landelijke richtlijnen en communiceren hierover naar de ouders’, schrijft de gemeente in die brief.

De brief valt bij de ouders in het verkeerde keelgat. De ouders schrijven in een antwoord dat zij zich wel degelijk aan de regels hebben gehouden. Zij wijzen naar de rol van de GGD, die de ouders verkeerd geΓ―nformeerd heeft.

Een leerkracht bleek op de tweede dag, nadat de scholen weer opengingen, besmet met het coronavirus. Op verzoek van de school zijn vervolgens alle kinderen thuisgebleven. Volgens de ouders hoefden de kinderen van de school die contact had gehad met de GGD, niet in thuisquarantaine. ‘Het gevolg is geweest dat een groot deel (40 procent) van de kinderen besmet geraakt is met COVID’, schrijven de ouders. ‘Deels hebben zij ook weer anderen besmet omdat ze zelf (nog) geen klachten/corona hadden en niet als klas in quarantaine hoefden van de GGD. Uiteindelijk moest de hele klas wel in quarantaine, omdat er klasgenoten besmet waren.

Adviezen
Ook kregen ouders tegenstrijdige adviezen van de GGD. ‘Het ene kind mocht wel naar buiten terwijl huisgenoten nog corona hadden en het andere kind niet.’

‘De toonzetting van deze brief is totaal misplaatst, ik vind het zeer ongepast dat het college een dergelijke brief stuurt zonder (kennelijk) de situatie te kennen. In ons geval (maar misschien geldt dit ook voor andere scholen) ben ik van mening dat excuses hier op zijn plaats zijn.’